Begeleiding kraambed
De kraamzorg moet voor de 16e week van je zwangerschap geregeld zijn. Bij je intakegesprek krijg je van ons een folder mee om je aan te melden.
De eerste acht dagen na de bevalling noemen wij het kraambed. In deze periode zullen de kersverse ouders door een kraamverzorgende en de verloskundige worden bijgestaan. Ondersteuning kun je in deze periode wel gebruiken!
De kraamverzorgende assisteert de verloskundige bij de bevalling thuis. Vervolgens zal zij in het kraambed de directe zorg voor moeder en kind op zich nemen. Dit is ook het geval als je de gehele zwangerschap onder controle bent geweest van de gynaecoloog en in het ziekenhuis bent bevallen.
Uiteraard komen Regine, Laura en Karin ook langs in het kraambed. Zij zijn eindverantwoordelijk over de kraambedperiode. De kraamverzorgende kan te allen tijden overleggen met een van hen.
Soms is het noodzakelijk in deze periode te overleggen met de huisarts. De huisarts wordt overigens door middel van een baringsverslag op de hoogte gesteld van de geboorte van jullie kind.
De verloskundigen komen standaard op huisbezoek op dag 1, 2, 3 en 5. Zij sluiten het kraambed af op de 7e of 8e dag. Indien nodig komen wij vaker langs. Daarna wordt de zorg voor je baby overgedragen aan de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau) en de huisarts. De kraamverzorgende draagt zorg voor de overdracht naar het consultatiebureau. Een verpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg neemt telefonisch contact op om een afspraak te maken voor een huisbezoek op korte termijn. De zorg wordt op deze manier gecontinueerd.
Jijzelf blijft tot 6 weken na de bevalling onder onze zorg vallen. Als er wat met je is ten aanzien van je borsten, buik, hechtingen of anderszins wat je niet vertrouwt, dan kun je altijd bij ons terecht.
Hieronder staat beschreven wat de verloskundige en kraamverzorgende allemaal controleren bij moeder en kind. Naast de controles willen wij natuurlijk ook graag weten hoe je de bevalling ervaren hebt en hoe je je voelt in deze periode.
BIJ DE MOEDER:
- Vaginaal bloedverlies. In de eerste dagen na de bevalling is het normaal dat je nog bloedverlies hebt. De plaats waar de placenta in je baarmoeder vastgezeten heeft, is na de bevalling een wond waar je nog een aantal weken bloedverlies uit kunt hebben. Ook is het normaal dat je de eerste dagen na de bevalling stolsels verliest. Schrik daar niet van, ook al zijn ze vrij groot.
De kraamverzorgster houdt samen met ons de hoeveelheid bloedverlies in de gaten. Maar
verlies je zoveel bloed dat een kraamverband steeds binnen een kwartier vol is, dan moet
je ons bellen.
In de loop van het kraambed zal het bloedverlies overgaan van helderrood naar
donkerbruin. Ook neemt het bloedverlies steeds meer af, tot het uiterlijk na 6-8 weken na de bevalling helemaal gestopt is.
- Stand van de baarmoeder. Gedurende het kraambed zal de kraamverzorgster iedere dag de stand van je baarmoeder voelen. Je baarmoeder hoort na de bevalling hard aan te voelen en in de loop van het kraambed te zakken tot onder je schaambeen. Twijfelt de kraamverzorgster of zakt de baarmoeder niet goed genoeg, dan zal ze dit aan ons doorgeven en zullen wij je baarmoederstand ook controleren.
Het is belangrijk dat je baarmoeder goed samentrekt na de bevalling. Daardoor verlies je
niet te veel bloed en zakt de baarmoeder ook sneller naar beneden. Soms voel je het
samentrekken van je baarmoeder duidelijk. Je hebt dan last van naweeën. Naweeën kun je ook voelen wanneer je je baby aan de borst legt. Het hormoon dat ervoor zorgt dat je melk toeschiet, zorgt er namelijk ook voor dat je baarmoeder samentrekt. Na een keizersnede zakt de baarmoeder langzamer. Hij blijft de eerste dagen zelfs ter hoogte van je navel staan. Over het algemeen zal de kraamverzorgster dan niet de stand van de baarmoeder nakijken. Dat wordt door ons gecontroleerd.
- Hechtingen, wondgebied. Indien je hechtingen hebt, zal de kraamverzorgster die ook elke dag controleren. Meestal controleren wij je hechtingen ook 1 of 2 keer tijdens het kraambed. Het is belangrijk om je hechtingen goed te verzorgen. Dit doe je door na ieder toiletbezoek de hechtingen onder de douche of met een kan water schoon te spoelen en door regelmatig je kraamverband te verschonen. Op deze manier voorkom je infecties. Het is ook prettig om wanneer je rust in bed het maandverband uit te laten en dus met ‘blote billen’ in bed te liggen.
- Urineren. Vooral vlak na de bevalling houden we goed in de gaten of je kunt plassen. Probeer dit regelmatig! Een volle blaas zorgt ervoor dat je baarmoeder niet goed kan samentrekken. Je kunt dan teveel bloedverlies krijgen. Probeer daarom de eerste dag na de bevalling zeker iedere drie uur naar het toilet te gaan of probeer te plassen onder de douche. Het kan zijn dat het gevoel dat je moet plassen de eerste dagen ontbreekt.
Binnen 6 uur na de bevalling moet je geplast hebben. Zo niet, dan bel je ons.
- Temperatuur en hartslag. Je temperatuur en hartslag worden 1 tot 2 keer per dag door de kraamverzorgster gecontroleerd. Temperatuur meten we het liefst rectaal, omdat hij dan het meest betrouwbaar is. De hartslag bepalen we door bij je pols naar je slagader te voelen.
Temperatuurverhoging kan een eerste aanwijzing zijn voor een infectie en zal door de
kraamverzorgster dan ook altijd aan ons doorgegeven worden.
Een lichte temperatuurverhoging rond de 3e,4e of 5e dag wordt meestal veroorzaakt
doordat je last hebt van stuwing in je borsten.
BIJ DE BABY:
- Temperatuur. De temperatuur wordt bij een pasgeboren baby zeer regelmatig gecontroleerd. Pasgeboren baby’s hebben nog weleens moeite om hun temperatuur goed op peil te houden. Hun thermostaatje werkt nog niet zo goed als bij volwassenen of oudere kinderen. Baby’s komen immers uit een omgeving (de baarmoeder) waar het constant 37 graden is. Wanneer ze geboren worden, moeten ze soms even leren hoe ze hun eigen lichaam op temperatuur moeten houden. Om ze hierbij een beetje te helpen, krijgen de meeste baby’s daarom in het begin een kruikje in hun wieg. De kraamverzorgster legt jullie precies uit wanneer je een extra kruikje moet geven en wanneer je deze moet vervangen.
- Poepen en plassen. Een pasgeboren baby moet het liefst binnen 24 uur na de bevalling gepoept en geplast hebben. In het begin, wanneer de borstvoeding nog niet goed op gang is, zal een baby ook niet zoveel poepen en plassen. Wanneer een baby voldoende voeding binnenkrijgt zal hij/zij ook meer gaan plassen en zal de ontlasting van de baby gaan verkleuren. Babypoep is in het begin zwart (meconium) en zal naarmate de baby meer voeding binnenkrijgt geel worden. Aan de hoeveelheden die een baby poept en plast, kunnen we afleiden of een baby voldoende voeding binnenkrijgt.
- Gewicht. Direct na de geboorte wordt de baby gewogen. Dit herhalen we iedere dag.
Alle baby’s vallen af na de geboorte. Dit is normaal. Baby’s mogen 10% van hun
geboortegewicht verliezen. Wanneer baby’s borstvoeding krijgen, zal dit meestal rond de
vierde dag goed op gang komen. Je kunt er dus vanuit gaan dat baby’s vanaf de vierde
dag weer gaan groeien, omdat ze dan volop voeding binnenkrijgen. Indien een baby te
veel afvalt of dreigt te veel te gaan afvallen, gaan we maatregelen nemen om te
voorkomen dat hij uitdroogt.
Baby’s mogen er 2 weken over doen om op hun geboortegewicht terug te zijn.
- Kleur. De controle van de kleur van de baby is in de eerste dagen na de bevalling heel belangrijk. De meeste baby’s worden rond de 3e, 4e of 5e dag een beetje geel. Dit wordt veroorzaakt door bilirubine. Bilirubine is een afbraakproduct van rode bloedcellen, die pasgeboren baby’s extra veel hebben. Deze extra rode bloedcellen worden na de geboorte afgebroken waarbij het bilirubine vrijkomt. De lever moet ervoor zorgen dat het bilirubine met de urine en ontlasting uitgescheiden wordt. Maar omdat de lever van een pasgeboren baby nog niet altijd helemaal optimaal functioneert, wordt het bilirubine soms niet snel genoeg opgeruimd. Het hoopt zich dan op in de huid waardoor kindjes soms een geel kleurtje krijgen. Dit kan geen kwaad en trekt vanzelf weer weg, maar we houden het wel altijd goed in de gaten. Wanneer baby’s te geel zien en/of daarbij niet meer goed willen drinken en suf worden, nemen wij bloed af uit het hieltje van de baby om de hoogte van het bilirubine te bepalen. Is de waarde te hoog dan wordt de baby opgenomen in het ziekenhuis op de kinderafdeling.
- Voeding. De voeding van de baby krijgt de eerste dagen na de geboorte extra aandacht van ons en de kraamverzorgster.
Wanneer je borstvoeding geeft, zullen wij en de kraamverzorgster je veel informatie en tips geven. De eerste dagen zal de borstvoeding nog niet op gang zijn. Een pasgeboren baby heeft echter reserves om de eerste periode te overbruggen.
- Flesvoeding.Wanneer je flesvoeding geeft, zullen we de eerste dag beginnen met zo’n 10-15 cc voeding iedere 3-4 uur. Dus een totaal van 6-7 en soms 8 voedingen. Deze hoeveelheid wordt iedere dag verhoogd. We kijken hierbij wel naar de behoefte van je kindje. Natuurlijk krijg je ook hierbij informatie en tips.
Het kan zijn, dat je niet alle materialen uit het kraampakket nodig hebt. In dat geval attenderen wij je graag op het werk van de Stichting Baby Hope die zich bezighoudt met het inzamelen van ongebruikte materialen uit kraampakketten. De stichting zorgt er vervolgens voor dat de materialen op een verantwoorde manier worden ingezet voor aankomende moeders in de derde wereld. Kijk voor meer informatie en afleveradressen op www.stichtingbabyhope.org of
tel. 0172-572907.