Hielprik en gehoorscreening
In de eerste week na de geboorte van je kind komt een medewerkster van de jeugdgezondheidszorg te Arnhem de hielprik afnemen en de gehoorscreening uitvoeren. Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM voert de landelijke coördinatie en regie uit van deze onderzoeken.
Neonatale gehoorscreening: het doel is om kinderen op te sporen met een blijvend gehoorverlies van minimaal 40 decibel aan één of beide oren en om een dubbelzijdig gehoorverlies vroegtijdig op te sporen zodat er gestart kan worden met een behandeling vóór de leeftijd van een half jaar. Vroegtijdige behandeling heeft namelijk een gunstig effect op de taalontwikkeling.
Jaarlijks worden er ongeveer 190 kinderen met een dubbelzijdig gehoorverlies opgespoord en ongeveer 155 kinderen die een eenzijdig gehoorverlies hebben. Deze laatste groep behoort ook tot de doelgroep; het gehoorverlies kan verergeren in de loop van de tijd, gehoorverlies kan ook aan het andere oor optreden en men dient hiermee rekening te houden bij de opvoeding en de zitplaats van het kind in de klas.
Het proces voordat de screenster bij jullie aan de deur staat om beide onderzoeken uit te voeren (voor regio Duiven):
- Op het einde van de zwangerschap ontvang je een folder van de hielprikscreening en krijg je voorlichting over dit onderzoek. Zie www.rivm.nl/hielprik.
- Bij aangifte van de geboorte bij de Burgerlijke Stand, ontvang je een folder met informatie van de neonatale gehoorscreening.
- Via de gemeente worden naam, adres en woonplaats aangeleverd bij de Regionale Coördinatie Programma’s van het RIVM. De gegevens worden doorgegeven aan de jeugdgezondheidszorgorganisaties.
- De uitvoerders van de screening komen zonder afspraak bij je thuis.
- De neonatale gehoorscreening wordt zo spoedig mogelijk na 96 uur en in ieder geval binnen 168 uur na de geboorte uitgevoerd. De uitslag van de screening is direct bekend. Als een kind slechthorend blijkt, kan de huisarts het kind verwijzen naar één van de academische centra voor verder onderzoek naar de oorzaak van de slechthorendheid. Ook na een voldoende uitslag bij de neonatale screening blijft het belangrijk alert te blijven op gehoorverlies.
- De hielprik wordt afgenomen in de eerste week na de bevalling. Hierbij wordt bloed afgenomen uit de hiel van de baby voor onderzoek op mogelijke aanwezigheid van een 17-tal ziekten. Deze ziekten zijn niet te genezen maar als deze op tijd worden opgespoord, zijn ze wel goed te behandelen. Het is daarom heel belangrijk voor de gezondheid van je kind dat je meedoet aan de hielprik! Als de uitslag van de hielprik niet afwijkend is, krijg je geen bericht. Als er een afwijkende uitslag wordt gevonden, is dat uiterlijk drie weken na de hielprik bekend. Bij een afwijkende uitslag word je geïnformeerd door de huisarts. Het kind wordt dan verwezen via hem/haar naar het UMC St. Radboud voor nader onderzoek.
Soms is er te weinig bloed afgenomen of is de uitslag van het onderzoek niet helemaal duidelijk. De hielprik wordt dan opnieuw door de thuiszorg uitgevoerd.
De hielprik screent het kind op 17 ziekten en geeft geen garantie dat het kind verder niets mankeert.